Reglement 2017

Algemeen:

Indien u zich heeft voor ingeschreven en onverhoopt toch niet mee kan doen dient u zich netjes van tevoren af te melden bij de organisatie! Indien u dit niet doet en toch afwezig bent kunnen wij u in de toekomst weigeren van deelname.

Wedstrijd

Locatie: Industrieterrein  Klaverveld te Oud Vossemeer
Startnummer afhalen in de tent vanaf 8,00 tot 10.30
Klassen:      Max. 20 deelnemers per klasse.

1a.       De klassen zijn verdeeld in drie categorieën:
standaardklasse

  • 2.5 ton
  • 3.5 ton
  • 4.5 ton
  • 5.5 ton
  • 7    ton
  • 9    ton
  • 12  ton max

sportklasse

  • 3 ton
  • 3.5 ton
  • 4.5 ton

Voor alle sportklassen is het itpv reglement van toepassing. Bekijk dit reglement.

2a. Voor de standaardklasse gelden de volgende regels:

  • de tractor moet een standaard landbouwtractor zijn zonder wijzigingen.
  • de complete hefinrichting en standaard aftakas moeten dus aanwezig zijn.
  • de banden mogen niet opgesneden zijn.
  • het toerental van de tractor mag niet meer dan 2700 omw./min. zijn.
  • het aanhaakpunt mag maximaal 50 cm hoog zijn, gemeten vanaf de grond. Voor de 9 ton en 12 ton max. geld een trekhoogte van max 60 cm.
  • mag niet voorzien zijn van (injectie of toevoeging) andere brandstof dan diesel.
  • de klassen waarin gereden word, is vrij indeelbaar door de organisaties van de wedstrijd.
  • niet originele uitlaten van tractoren met turbo moeten voorzien zijn van een kruis in het uitlaat (2 bouten van m10 8.8) tenzij de originele demper wordt gebruikt

2b. Voor de sportklasse gelden de volgende regels:

  • de tractor moet een standaard landbouwtractor zijn zonder merkvreemde delen.
  • de motor  moet uiterlijk origineel zijn.
  • tussen de motor en het koppelingshuis is een tussenplaat toegestaan, mits deze standaard op de tractor aanwezig is.
  • de aandrijflijn bestaande uit motor, koppelingshuis, versnellingsbak en achterbrug, moet aan elkaar passen zonder tussenplaten, flenzen of aangelaste delen.
  • de turbo(maximaal 1 druktrap/ turbo), het inlaatspruitstuk en de brandstofpomp zijn vrij.
  • een intercooler is toegestaan.
  • de brandstof moet diesel zijn.
  • de banden mogen opgesneden zijn.
  • toerental van de tractor mag niet meer dan 3000 omw./min. zijn.
  • het aanhaakpunt mag maximaal 50 cm hoog zijn, gemeten vanaf de grond.

3. Voor de sportklasse gelden de volgende limieten/ beperkingen:  

  • 3 ton maximaal 4 cilinders met turbo en interkoeler.
  • 3,5 ton:maximaal zes cilinders met turbo.
  • 4,5 ton:maximaal 8 cilinders met turbo.
  • Vierwielaandrijving is in alle klassen toegestaan, tenzij er een aparte klasse is voor vierwiel aangedreven tractoren.
  • Brandstofleidingen mogen onderling niet vast verbonden zijn.

Veiligheid:

  1. De tractor moet voldoen aan de eisen, vastgesteld in de “afdeling 8 (hoofdstuk Landbouwtrekkers) van het Voertuigen reglement” Hierbij hoort ook een valbeugel of veiligheidscabine en kantelbeveiliging. Deze voorziening moet het gewicht van de tractor (in de zwaarste klasse van deelname) kunnen opvangen.
  2. In de standaardklasse mag het toerental van de tractor niet meer dan 2700 omw./min. ziin.
  3. In de sportklasse mag het toerental van de tractor niet meer dan 3000 omw./min. zijn.
  4. Het toerental moet gemeten kunnen worden met een ‘sticker-meter’ en/of een bereikbaar toerentalmeetpunt op een van de verstuiverleidingen. Indien om welke reden dan ook het toerental niet te meten is, volgt een diskwalificatie van de trekpoging.
  5. Zichtbare turbo’s van tractoren binnen de sportklassen moeten afgeschermd worden met minimaal 2 mm plaatstaal.
  6. Tractoren in de sportklasse, die gebruik maken van een turbo, dienen zo kort mogelijk bij de turbo in de uitlaat twee bouten, M10 (8,8), kruislings op een zichtbare plaats door de uitlaatpijp gemonteerd te hebben. Indien de luchtinlaat naar de zijkant is gericht moet ook hierin een kruis van 2 M10 bouten gemonteerd zijn
  7. Voor de sportklassen zijn een heupgordel, noodstop en dodemansgashendel verplicht.
  8. De noodstop dient zich aan de achterzijde in het midden van het voertuig te bevinden, met een maximum van 15 cm uit het midden naar alle richtingen, recht boven het aanhaakpunt op een hoogte van 120 cm boven het aanhaakpunt (de sleepwagenbemanning bepaalt of de noodstop aangesloten wordt).
  9. De noodstop dient de luchtinlaat af te sluiten, zodanig dat de motor geen toeren meer op kan bouwen.
  10. Alle dodemansgashendels dienen zo te werken dat bij meer gas de hendel naar voren moet worden gedrukt.
  11. Afscherming van het koppelingshuis d.m.v. staalplaten met een dikte van 10mm, of een goedgekeurde schervendeken(keuringsmerk dient op de deken te staan of een keuringsbewijs dient op verzoek overlegd te worden). Vanaf 5 cm voor het vliegwiel tot 10 cm na druklager.
  12. De wedstrijdleiding van de ITPV en de organisatie hebben de bevoegdheid om een deelnemer vóór of tijdens de wedstrijd op veiligheidsgronden te diskwalificeren voor de wedstrijd.
  13. Niet verplicht, maar in de sportklasse wordt wel aangeraden:
  • afscherming van de versnellingsbak.
  • montage van stalen vliegwielen.
  • montage van twee chassisbalken, van de achteras tot aan het motorblok, op drie plaatsen bevestigd.
  • dragen van brandwerende kleding.
  • brandblusser op de tractor.( min 1.5kg )

 

 

Trekhaak:

  1. De trekhaak mag geen constructieve verbinding hebben met een punt hoger dan de hartlijn van de achteras.
  2. De trekhaak moet in alle richtingen spelingvrij gemonteerd zijn.
  3. De trekhaak dient horizontaal gemonteerd te zijn.
  4. Bij de klassen tot en met 7 ton mag het aanhaakpunt maximaal 50 cm hoog zijnen bij de 9 en 12 ton max. 60 com, gemeten vanaf de grond.
  5. Een trekhaak korter dan 45 cm uit het hart van het achterwiel is niet toegestaan.
  6. De trekhaak dient te zijn voorzien van een aanhaakgat met een diameter van 7,5 cm.
  7. Indien de tractor is uitgerust met hydraulische vooras vering dient deze bij de hoogtemeting, van de trekhaak, in de laagste stand te staan.
  8. Een zwaaihaak is toegestaan, mits deze is voorzien van een aanhaakgat met een diameter van 7,5 cm. Hiervoor mag men een zelf meegebrachte ring gebruiken die voldoet aan de maatvoering.
  9. De tractor moet zijn voorzien van een degelijk front- aanhaak mogelijkheid.

Gewichten:

  1. De genoemde gewichten van de klassen zijn inclusief bestuurder.
  2. De ballastgewichten mogen niet achter de achterwielen uitsteken (i.v.m. de veiligheid van de sleepwagenbemanning).
  3. De ballastgewichten mogen geen gevaar voor de bestuurder opleveren en hem op geen enkele manier hinderen.
  4. De ballastgewichten moeten stevig en niet beweegbaar aan de tractor bevestigd zijn.
  5. De frontgewicht(en) en/of gewichtendrager mogen niet verder dan 85 cm voor het voertuig uitsteken, gemeten vanaf de voorkant van de grill, exclusief trekhaak.
  6. Een ruimte van 150 mm breed en 300 mm hoog boven de trekhaak dient vrij te blijven van elk obstakel (inclusief gewichten en steigerbegrenzers) voor gemakkelijk aan- en afkoppelen aan de sleepwagen.
  7. Een deelnemer moet met zijn tractor op een normale manier over de weegbrug kunnen rijden zonder dat hierbij de gewichten op enigerlei wijze de weegbrug raken.
  8. Na weeging mogen geen gewichten bijgevoegd of verwijderd worden.

Kantelbeveiliging:

  1. De tractor moet voorzien zijn van een goedgekeurde kantelbeveiliging of een veiligheidscabine.
  2. Een zelfgebouwde kantelbeveiliging moet voldoen aan de in de Nederlandse wet gestelde eisen.

Reclame:

  1. Reclameborden zijn toegestaan, mits deze niet buiten de tractor uitsteken en het zicht van de bestuurder niet belemmeren. Met uitzondering van borden draaiend gemonteerd in het wiel mogen borden niet beweegbaar aan de tractor zijn gemonteerd.

Deelnemer:

  1. De deelnemer moet dit reglement ter kennis nemen en dient van het reglement goed op de hoogte te zijn.
  2. De deelnemer mag alleen deelnemen als het inschrijfformulier correct ingevuld en ondertekend is.
  3. Een deelnemer moet ten minste 18 jaar oud zijn, dan wel ten minste 16 jaar en in het bezit van een geldig tractorrijbewijs Voor het buitenland gelden de wettelijke bepalingen die in dat land nodig zijn om een tractor te mogen besturen.
  4. De deelnemer neemt geheel op eigen risico deel aan de wedstrijd en vrijwaart de organisatie en de Stichting Thoolse Dagen van alle schade en aansprakelijkheid die het gevolg zijn van deelname.
  5. De deelnemer moet minimaal WA+ verzekerd zijn en moet bij zijn verzekering gemeld hebben dat hij/ zij deelneemt aan tractorpulling en moet dit kunnen aantonen aan de organisatie en/of de wedstrijdleiding van de Stichting Thoolse Dagen.
  6. De deelnemer moet het startnummer duidelijk zichtbaar aan de tractor bevestigen.
  7. De deelnemer mag het terrein niet onnodig beschadigen en op het terrein niet te hard rijden(max. 5 km/h)
  8. De motor van een deelnemend voertuig mag alleen worden gestart als de bestuurder op de stoel zit. Pas als de motor geheel tot stilstand is gekomen, mag de bestuurder het voertuig verlaten.
  9. Het is alleen de bestuurder toegestaan zich op een rijdend voertuig te bevinden. Meerijden is op het gehele wedstrijdterrein verboden.
  10. Het is de rijder en/of helper ten strengste verboden onder invloed van alcohol of andere stimulerende middelen aan de wedstrijd deel te nemen of zich op de baan te bevinden. Bij overtreding en/of constatering volgt diskwalificatie voor de gehele wedstrijddag. Tevens is het verboden tijdens de trekpoging te roken. Het gestelde in artikel 8 van de Wegenverkeerswet (rijden onder invloed) is ook op de wedstrijdbaan, -terrein van toepassing.
  11. Alleen de bestuurder en zijn helper worden tot de wedstrijdbaan toegelaten. Wanneer een ander lid van het team zich zonder toestemming op de baan bevindt, kan tot diskwalificatie van het voertuig worden overgegaan. Als baan wordt aangemerkt de ruimte binnen de dranghekken inclusief de opstelruimte na de weegbrug.
  12. Een deelnemer kan door de wedstrijdjury van deelname worden uitgesloten wanneer deze zich onsportief gedraagt jegens een andere deelnemer, een functionaris of een toeschouwer.
  13. De deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het naleven van dit reglement(de organisatie zal steekproefsgewijs controleren op het naleven van dit reglement).
  14. Iedere deelnemer dient op eigen kracht voor de sleepwagen te komen en na de trekpoging op eigen kracht de baan te verlaten, tenzij er sprake is van materiaalbreuk. Het rijden op het gehele wedstrijdterrein dient stapvoets te geschieden. Bij overtreding volgt uitsluiting van deelname.
  15. De deelnemers in een gewichtsklasse dienen zich in startvolgorde op te stellen op aanwijzingen van de wedstrijdleider of daarvoor aangestelde functionaris.

 

 Trekpoging:

  1.  Na maximaal 2 trekpogingen wordt de definitieve afstelling, in een klasse, van de sleepwagen bepaald.
  2. Deelnemers die een proeftrek hebben gemaakt, moeten deze na zes deelnemers overtrekken.
  3. Wanneer de eerste vijf deelnemers uit een klasse een full-pull maken, heeft de wedstrijdleiding het recht om de klasse opnieuw te laten beginnen, in de oorspronkelijke startvolgorde.
  4. Iedere deelnemer dient binnen één minuut nadat de sleepwagen in de startpositie is geplaatst en de beginvlagger een teken heeft gegeven met zijn trekpoging te zijn begonnen.
  5. De tractor moet met een strak getrokken ketting aan zijn trekpoging beginnen. Rukken is niet toegestaan, ook niet tijdens de trekpoging.
  6. Onder een trekpoging wordt verstaan het verplaatsen van de sleepwagen over een meetbare afstand.
  7. Een deelnemer mag pas dan aan zijn trekpoging beginnen als de begin- en eindvlagger de groene vlag geven. Een sleepstart is niet toegestaan.
  8. Wanneer een deelnemer binnen de twintig meter vrijwillig stopt, mag hij de trekpoging éénmalig overdoen, er wordt dan niets aan de baan gedaan.
  9. Tijdens de trekpoging heeft niemand, behalve de baanfunctionarissen en de bestuurder van het voertuig, toegang tot de baan. Als baan wordt beschouwd de wedstrijdbaan tussen de witte kalklijnen.
  1. Het is voor de deelnemer verboden om tijdens de trekpoging te roken.
  2. Als de tractor tijdens de trekpoging de witte lijn raakt, wordt de deelnemer afgevlagd en volgt diskwalificatie van de trekpoging. Als na afloop van de trekpoging uit de sporen blijkt dat de tractor buiten de baan is geweest zonder dat de rode vlag is gegeven, wordt alsnog overgegaan tot diskwalificatie van de trekpoging.
  3. Overmatig verlies van vloeistof is niet toegestaan, tenzij dit het gevolg is van materiaalbreuk. Overmatig verlies van vloeistof wordt gedefinieerd als een constante stroom vloeistof op de baan of een plas met een doorsnede groter dan 20cm.
  4. Wanneer door een van de vlaggers de rode vlag wordt gegeven, dient de deelnemer onmiddellijk te stoppen. Bij overtreding volgt diskwalificatie.
  5. Een trekpoging kan om een van de volgende redenen ongeldig worden verklaard:
  • verlies van ballastgewichten zolang het voertuig aangehakt is aan de sleepwagen.
  • verlies of het niet goed functioneren van veiligheidsonderdelen onder de groene vlag.
  • overmatig verlies van vloeistof door een voertuig onder de groene vlag.
  • het op onveilige wijze besturen van een voertuig.
  • het negeren van de rode vlag.
  • het niet tijdig aan de start verschijnen met een voertuig.
  • het buiten de baan raken van het voertuig.
  • het overtreden van enig voorschrift.

Wedstrijd: 

  1. De deelnemer moet deelnemen in de gewichtsklasse waarvoor hij/ zij zich heeft opgegeven.
  2. De startvolgorde wordt door loting bepaald door de organisator.
  3. De deelnemer moet zich direct na het wegen opstellen.
  4. Als een gewichtsklasse afgewerkt is kan niet meer in diezelfde gewichtklasse getrokken worden.
  5. De getrokken afstand is bepalend voor de klassering, wanneer meerdere tractoren in dezelfde klasse een full-pull halen, wordt in de finale trek, met een zwaarder afgestelde sleepwagen, de eindstand bepaald.
  6. De startvolgorde in de pull-off is de volgorde waarin de full-pulls zijn gemaakt.
  7. Per klasse kan slechts eenmaal met dezelfde tractor worden gereden.
  8. Verlies van olie is op het gehele wedstrijdterrein verboden. Bij een eventuele olielekkage dient de vervuilde grond onmiddellijk secuur te worden opgeruimd. Bij overtreding volgt een boete.
  9. Een klasse kan opnieuw worden gestart wanneer door onvoorziene omstandigheden de baan zoveel is veranderd, dat er van een rechtvaardige competitie geen sprake meer is. De oorspronkelijke startvolgorde wordt dan weer gehanteerd.
  1. De wedstrijdleider, beginvlagger en eindvlagger, heeft de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen tijdens de wedstrijd. Deze zijn bindend voor alle betrokken partijen.
  2. De aanwijzingen van de wedstrijdleiding van de organisatie dienen opgevolgd te worden.
  3. De wedstrijdleiding van de organisatie heeft de bevoegdheid om een deelnemer vóór of tijdens de wedstrijd op technische gronden te diskwalificeren voor de trekpoging.

Verzekering:
Alle tractoren dienen WA verzekerd te zijn.

Het niet naleven van het bovenstaande reglement heeft absolute diskwalificatie tot gevolg.

In gevallen waarin dit standaard- sportklasse reglement niet voorziet of bij eventuele geschillen over de uitleg van enig artikel en/of bepaling, beslist de wedstrijdleiding van de ITPV /ntto en/of de organisatie.

De uitspraak van de wedstrijdleiding is bindend.
Protest
Protest indienen kan bij de wedstrijd leider, een protest wordt behandeld na betaling van 75 euro borg.
Indien het protest terecht is bevonden wordt de borg geretourneerd. Wordt een protest niet terecht bevonden wordt de borg niet geretourneerd

 

De organisatie wenst alle deelnemers een sportieve dag toe!